Woord vooraf Het Antwerps dialect breidt zich uit als een olievlek, het heeft reeds Wilrijk, Edegem, Kontich, Hoboken, Merksem en Kapellen ingepalmd en binnen afzienbare tijd zal ook het oosten van het Waasland er moeten aan geloven. Men spreekt er nog wel geen Antwerps, het is nog een Waaslands dialect maar men hoort er meer en meer Antwerpse elementjes in, vooral bij jongeren. Zij zullen de Antwerpse A niet meer opgeven. Het is dus niet denkbeeldig dat ook Sint-Niklaas zal veroverd worden, het is alleen nog een kwestie van tijd. Volgens professor Taaldeman, dialectoloog aan de Rijksuniversiteit van Gent komt dat door het feit dat een gebied als Antwerpen, dat economisch, cultureel en taalkundig dominant is, een zekere sociale prestige uitstraalt. Kortom, omdat Antwerpen een stad is met allure. Heel veel mensen van het Waasland werken in grote Antwerpse bedrijven, waar het stads-Antwerps de voertaal is en het plattelandsdialect verdrongen wordt. Vooral de landelijke dialecten vlakken uit en zullen mettertijd onder invloed van het Antwerps hun authenticiteit verliezen, aldus professor Taaldeman. Mocht niet alles in dit woordenboek als authentiek Antwerps overkomen, alle woorden en uitdrukkingen die ik in de loop der jaren rechtstreeks uit de volksmond genoteerd heb, kan men in Antwerpen horen. Worden sommige woorden ook elders gebruikt of zijn ze hier aangewaaid, dan werden ze door de Sinjoren in het dagelijks taalgebruik opgenomen. Af en toe heb ik moeten zondigen tegen onze taalregels. Zo heb ik 'n paar maal het koppelteken gebruikt waar het normaal niet mag, zoals bv. Blonde-chik en Zwarte-kraai, maar dat zijn maar pekelzonden om een en ander leesbaar te houden. De Antwerpenaar wringt zijn taal wel eens meer de nek om, hij durft ze ook verkrachten, maar hij verfraait ze soms door er letters aan toe te voegen, waarbij zijn voorkeur zo te horen uitgaat naar de r. Enkele voorbeelden: azijn wordt arzijn. Konijn: kornijn. Konijntje: kornijntje. Ajuin: arjuin. Sjalot: charlot. Mayonaise: marjonees. Cotelette: cortelet. Pain à la Grecque: parlegrek. Soms laat hij de letters verspringen of van plaats verwisselen, zoals in gras, dan wordt dan gars, pralinen: parlinen. Kanarievogel wordt karnonnevogel of vaak kanonnevogel. Hij verandert krentenbrood in korentenbrood, rabarber wordt rabareber terwijl karekollen oorspronkelijk karkollen zijn en bij stoofkarbonaden ontspoort het tot stoofkarremenàje of zelfs stoofleurre... Juge de paix (vrederechter) wordt in het Antwerps Juzepee. Spoorweg wordt letterlijk uit het Frans vertaald: chemin-de-fer wordt aldus den-ijzeren-weg. Wist u wat 'ten-nieten-uit' is? Dat is schuinweg (of nuusweg) naaien en in een punt eindigen. Bijna alle woorden die eindigen op -ijk veranderen in -ak. Zo krijgen we gemakkelak, Wilderak, vriendelak of afzonderlak voor gemakkelijk, Wilrijk, vriendelijk en afzonderlijk. De e wordt een a in wàrek (werk) of kàrek(kerk) en de dubbele a wordt een dubbele e in paard, dat dan een peerd wordt. Het lijkt wel alsof de letters haasje-over spelen (over 't makske springen) zoals in 'paardewerk', dat 'peerdewàrek' wordt. De h krijgt men in Antwerpen zelden of helemaal niet te horen, alle woorden die met een h beginnen, worden gewoon onthoofd. Die van Antwerpen, dat zijn chauvinisten, beweert men, maar de meest chauvinistische Sinjoor was de Nederlandse arts Coropius Becanus, die hier kwam wonen en zei dat het Antwerps dialect het oudste ter wereld was en ook al door Adam en Eva gesproken werd. Onzin natuurlijk, maar zoiets leest of hoort men hier graag, het streelt onze ijdelheid en voor de Antwerpenaar fungeert het dialect als een spiegel, waarin hij zich als een geestig mens herkent. Wie niet van hier is, en het Antwerps dialect wil napraten, valt vlug door de mand. Probeer maar eens 'n niet-sinjoor 'scheel-scheel' te laten zeggen. Wedden dat hij direct een knoop in z'n tong heeft? 'n Scheel-scheel is trouwens een opzichtig geklede vrouw, de uitdrukking bestaat al jàren. Gloednieuw (gehoord op de Groenplaats) is het woord 'lafaard', in de schrijftaal, maar in de spreektaal klinkt het als 'laffort', voor alcoholvrij bier. Er verdwijnen woorden, zoals lantoor, en wie weet nog wat 'de kous van Meken' is? Maar er komen nieuwe in de plaats, een bewijs dat onze taal leeft. Er is zelfs een woord, dat in relatief korte tijd, vier verschillende betekenissen kreeg: de kneur. Oorspronkelijk was kneur een stuk taai vlees, zeg maar afsnijdsel voor de hond. In de jaren dertig noemden men een elektrische piano de kneur. Wou men een stukje pianomuziek horen, dan moest men een frank in de kneur steken. Nà de oorlog verschenen de juke-boxen in de herbergen. Dan stak men vijf frank in de kneur. En nu, is de televisie de kneur geworden. Wat is er vanavond op de kneur? Maar in deze (vierde) kneur moeten we geen vijf frank steken. Veel Antwerpse woorden zijn oorspronkelijk Algemeen Nederlands, maar krijgen in het dialect een totaal andere betekenis. Enkele voorbeelden: Aanhouden - Van Dale: op straat aanspreken. Vasthouden. Verwaaide - Van Dale: door de wind in wanorde geraakt.
|